osteopathie Home  |  Forum  |  Contact  |  Login
 

Osteopathie Enquête
Jouw stem geeft osteopathie een wettelijk kader

 
 

Tenniselleboog

De ‘tenniselleboog’ of ‘epicondilitis lateralis humeri’ is een overbelastingsletsel van de strekkers van de pols. De buitenzijde van de elleboog wordt de epicondylus lateralis van de humerus (of bovenarm) genoemd. Daar hechten deze polsstrekkers of extensoren met hun pezige structuren aan. De pijn wordt ook meestal daar gevoeld en kan uitstraling geven thv de pols, de handrug, de bovenarm en zelf tot aan de schouder. De term tenniselleboog komt van een overbelasting bij sporters die tennis beoefenen.
Het geeft dan problemen bij het uitvoeren van de backhand en de service. Deze overbelasting wordt ook nog door vele andere repetitieve bewegingen uitgelokt zodat een groot deel van de bevolking dat niet tennist ook klachten van een tenniselleboog ontwikkelt.

Ook de binnenkant van de elleboog kan problemen vertonen. Deze wordt de epicondylus medialis humeri genoemd en daar hechten de buigers of flexoren van de pols aan. Ook deze kunnen door het uitvoeren van bepaalde repetitieve bewegingen overbelast worden. De buigers van de pols worden meer belast bij het spelen van golf. Daarom spreekt men bij ‘epicondylitits medialis humeri’ eerder van een ‘golfarm’ of ‘golferselleboog’. Deze komt iets minder voor dan de tenniselleboog en geneest ook sneller. De golferselleboog en de tenniselleboog komen wel eens samen voor en worden ook volgens dezelfde principes onderzocht en behandeld.

ONTSTAAN

Over het algemeen wordt aangenomen dat de tenniselleboog en de golferselleboog veroorzaakt worden door een overbelasting van spieren en pezen door het uitvoeren en regelmatig herhalen van eenzelfde beweging. Men spreekt hier dan over RSI of Repetitieve Strain Injury. De overbelasting wordt vaak gezien bij sporters (slechts 5%) maar heeft ook grotendeels een relatie met bepaalde beroepen en huishoudelijke bezigheden. Het indraaien van schroeven, het uitwringen van een poetsdoek en het knippen van haar zijn daar voorbeelden van.

Door deze overbelasting kunnen er kleine scheurtjes ontstaan in de pezen van de spieren. Telkens als je de uitlokkende bewegingen uitvoert, worden de scheurtjes geïrriteerd en kunnen ze zelfs groter worden. Deze zorgen voor een vage pijn en een zeurend gevoel thv de elleboog. Veel mensen schenken weinig aandacht aan deze beginnende pijn aangezien ze zich vaak geleidelijk en langzaam opbouwt.
De verwarring met het gevoel van ‘stijve spieren’ is groot en velen denken dat het snel en vanzelf zal overgaan. Het lichaam is inderdaad in staat zichzelf te genezen maar met onvoldoende rust om te herstellen en het steeds opnieuw belasten van de regio lukt dit niet. Daarom ontwikkelen zich ook ergere problemen en duurt het vaak lang voordat een tenniselleboog geneest.

De blijvende overbelasting en de beschadiging van de pezen kunnen zich als een ontstekingreactie naar het spierlichaam uitbreiden en een chronisch karakter aannemen. In het geval van de tenniselleboog zullen de extensoren of strekkers van de pols pijnlijk aanvoelen thv de buitenzijde van de elleboog.
In het geval van de golferselleboog zal de pijn aan de binnenkant zitten waar de flexoren of buigers van de pols aanhechten.

MOGELIJKE OORZAKEN (osteopathisch gezien)

Bij de ene persoon geeft bepaalde belasting aanleiding tot klachten en bij de andere niet. Er zijn dus wellicht nog een aantal andere factoren die een rol kunnen spelen in het ontstaan van de symptomen. Osteopathisch gezien kunnen we een aantal ‘reeds aanwezige’ problemen in verband brengen met het ontstaan van een tenniselleboog (of golferselleboog).

° Bij problemen van de doorbloeding naar de arm worden goede voedingsstoffen moeilijk aangevoerd en worden afvalstoffen (en vrijgekomen ontstekingsstoffen) moeilijk afgevoerd. Dit kan mede zorgen voor het ontstaan van de overbelasting en ook voor moeilijke genezing. De bloedvaten van de armregio kunnen onder stress staan door blokkades hoog tussen de schouderbladen en kunnen ingeklemd zijn op bepaalde doorgangsplaatsen.

° Als het lichaam op zijn geheel moeilijk afvalstoffen uitscheidt kan er ook een algemene ‘vervuiling’ en/of ‘verzuring’ aanwezig zijn. Men spreekt dan over een metabole stoornis van lichte of zwaardere aard. Hierbij ontstaan gemakkelijk ontstekingen na belasting van bepaalde gewrichten. Het kan zijn dat de beide ellebogen dan klachten vertonen en dat andere gewrichten ook in het proces betrokken zijn.
Het komt ook wel voor dat de rechter elleboog van een rechtshandige helemaal geen klachten vertoont terwijl zich thv de linker elleboog, die net minder belast is, wel een tenniselleboog ontwikkelt.

° Problemen zoals blokkades en disfuncties (door vroegere trauma’s of operaties) in het ellebooggewricht zelf of in de nabijgelegen gewrichten zoals de schouder en het polsgewricht kunnen ook een rol spelen. De daardoor veranderde manier van beweging zorgt dat overbelasting sneller kan ontstaan.

° De buigers en de strekkers van de pols, die aanhechten thv de elleboog, zijn afhankelijk van de bezenuwing vanuit de lage nek. Indien daar blokkades aanwezig zijn is het bekend dat deze spieren een hogere mate van aanspanning (tonus) vertonen.

° Eén probleem zorgt niet vaak voor klachten. Het lichaam is immers steeds op zoek om zichzelf in balans te houden en is in staat om met enkele problemen om te gaan zonder klachten te uiten.
Een combinatie van de bovenstaande factoren kan er echter toe leiden dat het lichaam moeilijkheden heeft om zelf de belasting te overwinnen.

HOE ERVAART U HET?

Zoals reeds vermeld bouwt een tenniselleboog zich langzaam op waarbij u het gevoel hebt van stijve spieren en een zeurende en vage pijn aan de elleboog ondervindt. Het probleem geneest maar niet en kan erger worden. De pijn aan de elleboog wordt bij verdere belasting heviger en er zijn dan vaak duidelijk ontstekingssymptomen met eventueel uitstraling naar de pols, de handrug, de bovenarm en schouder.

De pijn bij een tenniselleboog is eigenlijk vrij typisch en ontstaat vooral tijdens bepaalde bewegingen en bij het drukken op de zijkant van de elleboog. Als iemand ineenkrimpt bij het drukken op de zijkant van de elleboog net boven de daar aanwezige knobbel dan heeft deze daar vermoedelijk een serieuze belasting en eventueel een chronische ontsteking. De bewegingen waarbij de aangetaste spieren en pezen worden ingeschakeld worden dan ook moeilijk en pijnlijk. Sommige mensen krijgen hun huissleutel niet meer omgedraaid, het uitwringen van een schoteldoek is pijnlijk, een stevige handdruk bezorgt hen plots koud zweet en het opheffen van een zwaar voorwerp kan pijnscheuten uitlokken die de arm als het ware kunnen verlammen. Deze mensen klagen dan van krachtsverlies en het niet meer kunnen gebruiken van de arm in de dagelijkse bezigheden.

KLASSIEK ONDERZOEK

Meestal zijn er klassiek gezien geen bijkomende onderzoeken nodig. In hardnekkige gevallen kan radiografie of echografie nuttig zijn. Uit wat de persoon vertelt en waar hij de pijn aangeeft kan de arts reeds de klachten onderliggend aan een tenniselleboog herkennen. Drukpijn aan de elleboog en pijn bij strekken van pols en/of vingers terwijl de arts licht weerstand geeft zijn extra testen die zekerheid geven omtrent de klacht.

KLASSIEKE BEHANDELING

Uit onderzoeken blijkt dat een reeds lang aanwezige tenniselleboog geneest tussen de 6 en 24 maanden (gemiddeld tussen de 9 en 12 maanden). Het is zelfs zo gebleken dat klassieke therapie en lokale kinesitherapie de duur van de klacht dan niet zo sterk zouden beïnvloeden. Toch zijn er belangrijke raadgevingen om het dyscomfort dat de tenniselleboog teweegbrengt te benaderen.

NIET INGRIJPENDE BENADERING

° Bij elke overbelasting geldt dat men ijs gebruikt om de pijn te temperen en ontstekingsreacties (met zwelling) af te remmen. Er mag een massage met een ijsblokje gedurende 10 minuten per dag worden uitgevoerd. Deze vorm van ijsfricties wordt ook vaak door kinesitherapeuten uitgevoerd.

° Verder raadt de arts rust aan om de peesaanhechtingen de nodig tijd te geven om te kunnen genezen. Vaak is een rustperiode van 5 à 6 weken voldoende.

° De arts kan ook ontstekingsremmers en pijnstillers geven in de vorm van oraal in te nemen tabletten of in de vorm van lokaal aan te brengen gels. Hierbij moet je wel opletten dat wanneer je de pijn niet meer voelt door de medicatie en je volop terug gaat bewegen de pezen geen kans krijgen om te genezen en ze daarbij zelfs nog verder aangetast raken.

INGRIJPENDE BENADERING

° Bij hevige pijn en langdurig klachten worden soms cortisone injecties gegeven. Daarvoor wordt gekozen indien men snel resultaat wil en de klacht reeds langer dan 6 weken bestaat. Deze inspuiting mag wel slechts 3 keer uitgevoerd worden omdat ze de peesstructuur, het gewrichtskapsel en het gewrichtskraakbeen verzwakt en bovendien de huid boven de inspuitplaats kan aantasten.
Als de tenniselleboog daarna nog blijft of snel terugkomt, is het beter andere behandelingen te kiezen.

° Indien men een trager maar een blijvend resultaat wil is het aangeraden om wat langer af te wachten en een kinesitherapeut of osteopaat te bezoeken.

° Bij sterke belasting door sport in combinatie met competitiedrang wordt bij bepaalde personen een gipsverband aangebracht. Dit verband blijft 2 tot 3 weken zitten en kan eventueel opgemaakt worden om de arm ’s nachts vrij te laten. Dit verhindert verdere belasting van de pezen maar vermijdt wel verstijving van het gewricht. Indien de pees redelijk snel geneest wordt aangeraden om een tennisarmbrace te dragen die de belasting op de pezen verminderd.

° In de ergste gevallen kan de arts een operatie aanraden. Beeldmateriaal van deze ingreep is te bekijken op www.heelmeester.nl Tot 80% van de patiënten heeft hier baat bij maar is het wel zo dat na de operatie de elleboog-regio zeer gevoelig blijft en dat verklevingen en een verzwakte pees nog steeds klachten kunnen veroorzaken. Houdt hier ook rekening mee dat de post-operatieve herstelfase wel van 6 tot 12 weken duurt en voor sporters van 4 tot 6 maand. Daarom is in eerste instantie deze therapie niet aangewezen maar wordt bij niet reageren op rust, medicatie en injecties doorgestuurd naar de kinesitherapeut of de osteopaat.

DE KINESITHERAPEUT

De therapie bij de kinesitherapeut bestaat erin ijsfricties te geven, lokaal te masseren, diepe dwarse fricties uit te voeren, stretchingtechnieken te tonen en ultrasoongeluiden te gebruiken. De kinesitherapeut kan ook oefeningen aanleren die het herstel mogelijks bevorderen en uw conditie helpen te verbeteren. Hij kan ook een rol spelen bij het voorkomen van de klachten. Kijk daarbij ook eens naar je werkhouding, het materiaal dat je gebruikt en het aantal repetitieve bewegingen die je uitvoert.

DE OSTEOPAAT

Het osteopathisch denken omtrent de oorzaken die een tenniselleboog mede kunnen uitlokken werd hierboven reeds beschreven. Dit denken is gebaseerd op 5 principes die in de praktijk tijdens de behandeling worden toegepast.

Beweging! Alles in het lichaam is in beweging. Bij verstoring ervan kunnen klachten optreden.
Het lichaam functioneert als een eenheid.. Er wordt rekening gehouden met oorzaak-gevolg ketens waardoor niet enkel de klachtenregio wordt behandeld maar ook ander regio’s die mee verantwoordelijk zijn voor de klacht (bijvoorbeeld: een voetprobleem kan een rugprobleem veroorzaken door gecompenseerd gebruik van de rug om de voet te ontlasten)
De structuur en de functie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als de structuur een probleem vertoont, dan zal de functie, de beweging, ook moeilijkheden ondervinden. Omgekeerd als men lang met functiestoornissen blijft rondlopen (en bijvoorbeeld gewrichten verkeerd gebruikt) zal de structuur (van deze gewrichten) daaronder lijden.
Het lichaam beschikt over zelfregulerende mechanismen maw het heeft een zelfgenezende kracht.
De arterial rule of de regel van de doorbloeding is een belangrijk principe. Bij slechte doorbloeding worden weinig nieuwe voedingsstoffen aangevoerd en de afvalstoffen worden slecht afgevoerd. Zo kan een gekwetste regio net goed herstellen. Er wordt gesproken van een verstoorde vitaliteit of trofiek in een regio.
De osteopathische aanpak is dus holistisch (alles als één geheel zien) en causaal (oorzakelijk).

Toegepast op de tenniselleboog kunnen we zeggen dat niet alleen de beweeglijkheid (1) van de elleboog zelf wordt nagekeken maar ook deze van de omliggende (2) structuren die een relatie hebben met de elleboogregio. Enkel voorbeelden hiervan zijn de nek, de rug tussen schouderbladen, de pols en de schouder. De behandeling bestaat erin de functie terug te geven aan de structuren die deze verloren hebben (3). De doorbloeding (5) wordt ook geoptimaliseerd en het lichaam krijgt de kans om zijn evenwicht terug te vinden (4).

Osteopathie is geen ‘alternatieve geneeskunde’, in de betekenis van ‘vervangend’. Het is een functionele geneeskunde die andere geneeswijzen aanvult, dus complementair eraan is. Wanneer de uitslagen van de medische beeldvorming, mogelijke technische en klinische onderzoeken negatief zijn en er dus geen structureel probleem is kan osteopathie zeker zinvol zijn. Zelfs als de klacht niet goed of te weinig reageert op andere behandelingen kan osteopathie soms net door zijn andere invalshoek toch effect hebben.

Er wordt bij elke consultatie gestart met een anamnese (vragenlijst) waarbij alle facetten die met de klachten kunnen te maken hebben belicht worden. Kort gezegd wordt de historiek en het verloop van het probleem achterhaald. Zo kunnen oorzaak-gevolg ketens veel gemakkelijker terug gevonden worden.



   
webdesign artMania nederlandsfrançaisenglish